Algemeen wordt aangenomen dat het huidige stelsel van de pensioenen haar houdbaarheidsdatum heeft bereikt. De toenemende levensverwachting, het dalende geboortecijfer en de relatief lage leeftijd van uittreding uit de arbeidsmarkt zorgen ervoor dat de activiteitsgraad daalt. In ons pensioenstelsel, waar de actieve bevolking de pensioenen financiert, is dat op termijn onhoudbaar.
De remedies lijken dan ook voor de hand te liggen. Enerzijds de activering van jonggepensioneerden. Anderzijds de kapitalisatie van het pensioenstelsel: de uitholling van het wettelijk pensioen en het inzetten op het individuele aanvullende pensioen (tweede en derde pijler).
Maar is er in deze moeilijke economische context wel een maatschappelijk draagvlak voor een activeringsbeleid? En, is het werkelijk noodzakelijk om het pensioenstelsel geleidelijk aan te kapitaliseren om het beter te wapenen tegen demografische en socio-economische schokken?








