Algemeen wordt aangenomen dat het huidige stelsel van de pensioenen haar houdbaarheidsdatum heeft bereikt. De toenemende levensverwachting, het dalende geboortecijfer en de relatief lage leeftijd van uittreding uit de arbeidsmarkt zorgen ervoor dat de activiteitsgraad daalt. In ons pensioenstelsel, waar de actieve bevolking de pensioenen financiert, is dat op termijn onhoudbaar.
De remedies lijken dan ook voor de hand te liggen. Enerzijds de activering van jonggepensioneerden. Anderzijds de kapitalisatie van het pensioenstelsel: de uitholling van het wettelijk pensioen en het inzetten op het individuele aanvullende pensioen (tweede en derde pijler).
Maar is er in deze moeilijke economische context wel een maatschappelijk draagvlak voor een activeringsbeleid? En, is het werkelijk noodzakelijk om het pensioenstelsel geleidelijk aan te kapitaliseren om het beter te wapenen tegen demografische en socio-economische schokken?
pensioen - stelling # 8
De remedies die hier bovenaan voorgesteld worden zijn inderdaad voordehandliggend…voor een liberale partij. Als socialisten moeten we onze eigen oplossingen aanreiken, en die moeten gebaseerd zijn op even voordehandliggende uitgangspunten: mensen hebben recht op een redelijke loopbaan en een deftig pensioen. Als we daar niet meer voor in de bres kunnen staan, is onze beweging niet meer relevant.
Dus mogelijk maken dat mensen langer kunnen werken als ze dat willen en kunnen stoppen als ze vinden dat het niet meer gaat. Meer aandacht dus voor de kwaliteit van werk en die is er door de crisis zeker niet op vooruit gegaan. Meer doen met minder mensen is de regel. Dus meer stress en minder werkbare jobs. De oplossingen moeten we zoeken in het aanpakken van discriminatie op de arbeidsmarkt en meer aandacht voor “doenbaar” werk. Dit zal leiden tot meer mensen aan het werk, lineair langer werken opleggen niet. Dan verdwijnt wie kapotgewerkt is gewoon richting invaliditeit of OCMW.
Van waar moeten de jobs komen? Elke Euro die geïnvesteerd wordt in de economie moet nu afgetoetst worden aan de hoeveelheid jobs die die steun creëert. Geen vage indirecte effecten meer die nooit bewezen worden, zoals bij de notionele interestaftrek. Niet zomaar de mantra van het concurrentienadeel voor waar aannemen. En daarbij aanvullende inkomsten zoeken voor de sociale zekerheid: bijvoorbeeld bij de banken en bij de fraudeurs. Als we de Luc Vergaelens van deze wereld niet kunnen aanpakken, dan hebben we gefaald.
Stelling van: Philippe Diepvents